
Muren behangen
Fase 1
Voorbereiding:
De standaardmaat van een rol behang is 52cm x 10m (5.2m2). Deel het totale muuroppervlak door vijf en u weet hoeveel rollen u ongeveer nodig hebt. Bij behang met een motief moet u rekenen op verlies. Hoe groter het motief, hoe meer verlies.
Kies behangrollen uit met hetzelfde kleurnummer. Anders kunnen er kleine maar zichtbare kleurafwijkingen optreden bij het eindresultaat.
Fase 2
Smeer het oude behang in met behangafweekmiddel. Laat dit enkele minuten inweken en stteek het oude behang los met een breed plamuurmes.
Fase 3
Om sneller te werken kan u een afstoommachine huren. Vul het apparaat met water en wacht tot dit op temperatuur is. Houd de afstomer een halve minuut op dezelfde plek en steek het behang los.
Fase 4
Gaten in de muur vullen met vulmiddel. Schuur dit na opdrogen glad met fijn schuurpapier.
Fase 5
Smeer onbewerkte en sterk zuigende muren in met voorstrijkmiddel. Dit moet 24 uur drogen voor u kunt behangen.
Fase 6
Meet eerste de breedte van het behang. Trek daar 2cm vanaf en zet op die afstand een streepje op de muur (gemeten vanuit één van de hoeken). Teken op die hoogte een loodrechte lijn op de muur met behulp van een waterpas of schietlood. Bij een schouw is het mooier om de eerste baan in het midden aan te brengen, als het behang een motief heeft. Het oogt rustiger wanneer het motief precies in het midden zit.
Fase 7
Maak de behangselplak aan volgens de gebruiksaanwijzing. Laat de plak minstens 10 minuten rusten.
Fase 8
Meet de hoogte van de kamer op verschillende plaatsen op. Maak de behangbanen 10cm langer dan de grootst gemeten hoogte. Snijd of knip in één keer een voorraad banen behang op maat.
Fase 9
Tel bij behang met een motief de afstand tussen het terugkerende motief bij deze lengte op. Vaak geven de fabrikanten de hoogte van het dessin aan op de verpakking Tip!
Fase 10
Leg een baan behang ondersteboven op de behangtafel. Smeer hem gelijkmatig in met behangplaksel (blokkwast). Tip!
Fase 11
Vouw de ingesmeerde delen harmonicagewijs op. Laat de lijm even inweken (zie gebruiksaanwijzing behang). Tip!
Fase 12
Vouw een deel van de eerste behangbaan open. Breng het behang boven op de muur aan, langs de getekende loodlijn. Houd bij het plafond minimaal 3cm overlap.
Werk met schone handen. Vingerafdrukken kunnen later zichtbaar zijn.
Fase 13
Wrijf de baan met de borstel tegen de muur, van boven naar beneden. Zo wrijft u lucht er achter vandaan. Controleer steeds of de baan nog aan de loodlijn grenst. Zit hij scheef, trek hem dan meteen los en breng hem opnieuw aan. Tip!
Fase 14
Trek met de punt van de schaar een vouw in de hoek met het plafond. Haal het behang een stukje los en knip het overtollige deel af. Wrijf het behang opnieuw vast met de borstel. Maak op dezelfde manier het behang op maat in de hoek en aan de onderkant van de muur. Dikker behang kunt u ook met een hobbymes in de hoek afsnijden.
Fase 15
Breng de volgende baan aan. Leg hem strak tegen de eerste baan aan (‘stotend’) of laat hem iets overlappen. Zie hiervoor de gebruiksaanwijzing bij het behang. Laat eventuele patronen netjes op elkaar aansluiten. Druk de naden aan met een nadenroller.
Fase 16
Smeer kierende naden nogmaals in met wat lijm. Rol ze na met een nadenroller.
Fase 17
Bij een binnenhoek:
Sluit de baan op de vorige baan aan. Wrijf het eerste deel op de muur vast. Knip de overlap met het plafond in. Wrijf dan de rest van de baan op de nieuwe muur vast.
Fase 18
Als de hoek niet helemaal haaks is, zal de rand van de baan niet meer loodrecht lopen. Trek dan opnieuw een loodlijn (zie begin) en laat de volgende baan overlappen.
Fase 19
Bij een stopcontact:
Schakel de stroom uit. Verwijder het afdekplaatje. Plak het behang over het stopcontact heen. Maak een stervormige insnijding en knip het gat uit (iets kleiner dan het afdekplaatje).
Fase 20
Laat het behang goed drogen (24 uur). Mocht er toch hier en daar een luchtblaasje achterblijven, snij dit dan in met een fijn cuttermes. Doe er wat lijm achter en druk het behang weer vast. Smeer eventueel losgeraakte naden opnieuw in met wat lijm en druk ze aan met de nadenroller. Nadat het behang geheel opgedroogd is, kunt u het verven met wateroplosbare muurverf (latex). Schrik niet als het behang gaat bobbelen: naarmate de verf opdroogt zal het weer geheel strak trekken. Stap 1 Voorbereiding:
De standaardmaat van een rol behang is 52cm x 10m (5.2m2). Deel het totale muuroppervlak door vijf en weet u hoeveel rollen u ongeveer nodig hebt. Bij behang met een motief moet u rekenen op verlies. Hoe groter het motief, hoe meer verlies.
Kies behangrollen uit die allemaal voorzien zijn van hetzelfde kleurnummer. Anders kunnen er kleine maar storende kleurafwijkingen optreden.
